INJECTIE-GRAVITATIESTRALEN
UW VOORDEEL
Gelijkmatig, stootvrij uittreden van het straalmiddel bij een lage straaldruk
Bijzondere kenmerken:
- De perslucht en het straalmiddel worden via twee afzonderlijke slangen naar het straalpistool geleid.
- Het straalmiddel wordt niet uit de trechter van de straalinstallatie aangezogen, maar met behulp van een trechter wormschroef en een emmerketting naar de straalmiddel voorraadopslag geleid.
- Het straalmiddel valt op grond van zijn eigen gewicht in het straalpistool en wordt vervolgens in de straalkop versneld door de toegevoerde perslucht.
- Het straalmiddel treedt gelijkmatig en stootvrij uit de straalkop bij een lage straaldruk, bijv. onder 1 bar.
